ECLI:NL:CBB:2024:881
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op € 0,- wegens staatssteunplafond
De minister van Economische Zaken stelde de subsidie voor het tweede kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vast op € 0,- en vorderde het betaalde voorschot van € 26.262,- terug. De onderneming betwistte dat zij tot een groep behoort en stelde bezwaar in tegen deze vaststelling. Na afwijzing van het bezwaar door de minister, stelde de onderneming beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde zonder zitting dat de minister terecht het staatssteunplafond van € 1.800.000,- toepaste op de groep waartoe de onderneming behoort. Dit volgt uit de definitie van groep in de TVL en de algemene de-minimisverordening, waarbij de meerderheid van stemrechten door een andere onderneming bepalend is. De onderneming had niet de meerderheid van stemrechten, maar haar moedermaatschappij [naam 2] B.V. wel.
De onderneming voerde aan dat er geen sprake is van centrale leiding en dat het staatssteunplafond een ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen groepsondernemingen en kleinere ondernemingen. Het College verwierp deze argumenten, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en het feit dat de minister niet van het staatssteunplafond mag afwijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de vaststelling van de subsidie op nul euro wegens het staatssteunplafond wordt ongegrond verklaard.