ECLI:NL:CBB:2024:882
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op basis van omzetbelasting
De onderneming, actief als producent van podiumkunst en artiestenbemiddelaar, stelde beroep in tegen het besluit van de minister om de subsidie voor het eerste kwartaal van 2022 op nul euro vast te stellen en het betaalde voorschot terug te vorderen. De minister baseerde zich op de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting, waaruit bleek dat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies.
De onderneming voerde aan dat de minister had moeten uitgaan van haar eigen administratie, omdat de facturering voorafgaand aan evenementen de kwartaalomzet in de aangifte omzetbelasting vertekent. Tevens klaagde zij over het verloop van de hoorzitting en het ontbreken van een verslag daarvan, en stelde dat de afhandeling in strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het College oordeelde dat de minister terecht de omzet uit de aangifte omzetbelasting heeft gebruikt, conform eerdere jurisprudentie en de regeling die administratieve lasten wil beperken. De onderneming betaalde omzetbelasting over haar gehele omzet, waardoor geen reden was om af te wijken naar de eigen administratie. Het College vond geen bewijs dat de onderneming door het verloop van de hoorzitting is geschaad, noch dat sprake was van strijd met algemene beginselen zoals zorgvuldigheid, motivering of rechtszekerheid.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nul euro.