ECLI:NL:CBB:2024:892

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
4 december 2024
Zaaknummer
23/1798 t/m 23/1801
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 7:14 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroepen inzake dwangsommen bij subsidie vaste lasten COVID-19

De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken over de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). Hij vordert onder meer betaling van dwangsommen wegens vermeende te late besluitvorming op zijn bezwaren.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat hoewel de minister de beslissingen te laat heeft genomen, dit niet leidt tot een verplichting tot betaling van dwangsommen. Dit volgt uit artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, gelezen in samenhang met artikel 7:14 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die bepalen dat bij kennelijk ongegrondverklaring van bezwaren geen dwangsom verschuldigd is.

Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de door de ondernemer aangehaalde besluiten niet vergelijkbaar zijn met de onderhavige zaak.

De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de ondernemer krijgt geen dwangsommen toegekend.

Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de ondernemer krijgt geen dwangsommen toegekend ondanks te late besluitvorming.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 23/1798, 23/1799, 23/1800 en 23/1801

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

Rechter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. A.A. Dijk

Partijen

[naam 1], handelend onder de naam
[naam 2], te [plaats] (de ondernemer), voor wie aanwezig is [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. drs. G.O. Hoeksma en A.M.D. Dijkstra

Beslissing

Het College verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

De ondernemer vindt dat hij recht heeft op dwangsommen, omdat de minister te laat op zijn bezwaren heeft beslist. Het College oordeelt dat de beslissingen weliswaar te laat zijn genomen, maar dat de minister geen dwangsommen hoeft te betalen. De minister heeft de bezwaren kennelijk ongegrond verklaard en uit de wet volgt dat er in dat geval geen dwangsom verschuldigd is (artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, gelezen in samenhang met artikel 7:14 van Pro de Algemene wet bestuursrecht).
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De drie besluiten waar de ondernemer naar verwijst zijn niet vergelijkbaar met deze zaak.
De beroepen zijn ongegrond.
w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk