Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
Rechter: mr. B. Bastein
Partijen
[naam 2], te [plaats] (de ondernemer), voor wie aanwezig is [naam 3]
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken over de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). Hij vordert onder meer betaling van dwangsommen wegens vermeende te late besluitvorming op zijn bezwaren.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat hoewel de minister de beslissingen te laat heeft genomen, dit niet leidt tot een verplichting tot betaling van dwangsommen. Dit volgt uit artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, gelezen in samenhang met artikel 7:14 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die bepalen dat bij kennelijk ongegrondverklaring van bezwaren geen dwangsom verschuldigd is.
Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de door de ondernemer aangehaalde besluiten niet vergelijkbaar zijn met de onderhavige zaak.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de ondernemer krijgt geen dwangsommen toegekend.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de ondernemer krijgt geen dwangsommen toegekend ondanks te late besluitvorming.