ECLI:NL:CBB:2024:905
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziening subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op basis van omzetbelasting
De minister van Economische Zaken stelde aanvankelijk de subsidie voor het tweede kwartaal van 2021 vast op €13.874,06, maar herzag dit bedrag later naar €26.232,65. De onderneming stelde beroep in tegen deze herziening, stellende dat de omzet over de referentieperiode (Q2 2019) op basis van de financiële administratie (grootboekkaarten) moest worden vastgesteld in plaats van de aangifte omzetbelasting.
Het College oordeelde dat de minister terecht de omzet heeft vastgesteld op basis van de aangiften omzetbelasting, conform vaste rechtspraak en de regeling TVL, die dit als uitgangspunt neemt om administratieve lasten te beperken. De onderneming kon niet aannemelijk maken dat de financiële administratie leidend zou moeten zijn of dat vergelijkbare gevallen anders waren behandeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 10 december 2024 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de herziening van de subsidie TVL wordt ongegrond verklaard.