Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 december 2024 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te Bergschenhoek ( [naam 1] )
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Overwegingen
14 september 2021 ten onrechte niet heeft aangemerkt als besluiten als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met de mailberichten heeft de minister haar de mogelijkheid ontnomen de partij graan in Nederland in te brengen en daarmee de toegang tot Nederland ontzegd. Zij heeft daardoor de partij niet in Nederland kunnen (laten) verwerken en afleveren. Op de zitting heeft zij in aanvulling hierop naar voren gebracht dat de mailberichten als besluiten zijn aan te merken omdat deze op rechtsgevolg zijn gericht. De minister heeft met de berichten namelijk feitelijk uitvoering gegeven aan zijn oordeel dat de partij graan niet mocht worden ingevoerd en met de berichten heeft de minister ook het door [naam 1] verworven recht om de partij graan te mogen lossen weer tenietgedaan.
15 november 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:754), dat een bestuurlijk rechtsoordeel in zeer bijzondere gevallen omwille van de rechtsbescherming, kan worden gelijkgesteld aan een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Hiervoor bestaat slechts grond in gevallen waarin het afwachten of uitlokken van een (preventief) (handhavings)besluit onevenredig belastend is voor betrokkene.
14 september 2021 met het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.