ECLI:NL:CBB:2024:935
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond in accountantstuchtrechtzaak over ontkenning arbeidsovereenkomst
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de accountantskamer die een klacht tegen een accountant ongegrond verklaarde. De klacht betrof het ontkennen door de accountant van het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst tussen appellant en een onderwijsinstelling, wat volgens appellant in strijd was met het integriteitsbeginsel.
De accountantskamer oordeelde dat de accountant een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt had ingenomen en dat er geen sprake was van een tuchtrechtelijk verwijt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de accountant bewust onjuist had gehandeld en dat er sprake was van een procedurefout door ongelijke informatiedeling.
Het College van Beroep stelde vast dat appellant deze stellingen niet aannemelijk had gemaakt. Het College bevestigde dat het niet aan de tuchtrechter is om te beoordelen of een overeenkomst tot stand is gekomen. Ook werd geoordeeld dat de accountantskamer conform de procedures had gehandeld bij het doorsturen van stukken, en dat appellant niet was benadeeld door een procedurefout.
Daarom verklaarde het College het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de accountantskamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer bevestigd.