De onderneming, een kinderspeelparadijs, vroeg subsidie aan op grond van de Regeling tegemoetkoming energiekosten (TEK) vanwege de gestegen energieprijzen. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming geen eigen zakelijke energieleveringsovereenkomst heeft; de energiekosten staan op naam van de verhuurder van het bedrijfspand.
De onderneming voerde aan dat zij wel recht heeft op subsidie omdat zij via een huurovereenkomst met de verhuurder vaste energiekosten heeft en de kosten kan aantonen via een tussenmeter. Zij stelde tevens dat zij tot de doelgroep van de TEK behoort vanwege de energiecrisis en verzocht om toepassing van het evenredigheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat de huurovereenkomst niet kan worden aangemerkt als een zakelijke energieleveringsovereenkomst en dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen. Het evenredigheidsbeginsel kan niet worden toegepast omdat het een gebonden bevoegdheid betreft en de minister bewust heeft gekozen om bedrijven zonder zakelijke energieleveringsovereenkomst uit te sluiten. De omstandigheden van de onderneming maken de toepassing van het vereiste niet onredelijk bezwarend.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.