ECLI:NL:CBB:2025:101
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet tijdig ondertekende vennootschapsakte voor extra betaling jonge landbouwer
De vennootschap exploiteert een melkveebedrijf en heeft voor het aanvraagjaar 2022 de extra betaling jonge landbouwers aangevraagd. De minister wees deze aanvraag af omdat de vennootschapsakte, die de blokkerende zeggenschap van de jonge landbouwer moest aantonen, niet binnen de gestelde termijn was ondertekend. De vennootschap stelde dat de blokkerende zeggenschap al sinds 1 januari 2021 bestond en dat de late ondertekening van de akte slechts een formaliteit was, mede vanwege overleg met de accountant.
Het College oordeelde dat de minister het vereiste van daadwerkelijke, langdurige zeggenschap terecht heeft ingevuld als blokkerende zeggenschap die geregistreerd moet zijn in het handelsregister en aangetoond met een tijdig ondertekende vennootschapsakte. De door de vennootschap overgelegde definitieve akte was pas op 3 september 2022 ondertekend, ruim na de uiterste datum van 10 juni 2022, en voldoet daarmee niet aan de Beleidsregel.
Het College vond dat de minister terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en dat er geen sprake is van onevenredigheid of bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen. De aanvraag voor de extra betaling jonge landbouwers is daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap is ongegrond verklaard vanwege het niet tijdig ondertekenen van de vennootschapsakte.