Appellante verzocht om toewijzing van betalingsrechten uit de Nationale reserve voor jonge landbouwers 2015, maar verweerder wees dit verzoek af omdat de jonge landbouwers geen blokkerende zeggenschap hadden. Volgens de Uitvoeringsregeling en Europese verordeningen is daadwerkelijke, langdurige zeggenschap vereist, waarbij blokkerende zeggenschap betekent dat een besluit kan worden tegengehouden.
Appellante stelde dat ook niet-blokkerende zeggenschap voldoende zou zijn, maar het College volgde de uitleg van de Europese Commissie en het Hof van Justitie dat blokkerende zeggenschap noodzakelijk is. De jonge landbouwers hadden weliswaar stemrecht als statutair bestuurders, maar konden geen invloed uitoefenen op de algemene vergadering van de enig aandeelhouder, waardoor zij geen blokkerende zeggenschap hadden.
Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde, was appellante niet benadeeld omdat zij op de gewijzigde motivering kon reageren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.