ECLI:NL:CBB:2025:103
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhoudingsbeslissing in hoger beroep over vertrouwelijke informatie bij AFM en FIU
In deze zaak staat de beoordeling van een geheimhoudingsbeslissing centraal, genomen door de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het betreft hoger beroep van [naam 1] tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over een geschil met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) met betrekking tot het delen van vertrouwelijke informatie.
De rechter-commissaris heeft de belangen afgewogen tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van persoonsgegevens en toezichtsgevoelige gegevens. De stukken bevatten e-mailcorrespondentie en halfjaarrapportages van de Financial Intelligence Unit (FIU) met persoonsgegevens van medewerkers en namen van rechtspersonen, die als toezichtsvertrouwelijke informatie kwalificeren.
De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van kennisneming gerechtvaardigd is omdat openbaarmaking tot onevenredig nadeel kan leiden en niet noodzakelijk is voor een goede procesvoering. Tevens wordt het belang van AFM benadrukt om ook in de toekomst vertrouwelijke informatie te ontvangen. Het College verzoekt [naam 1] om schriftelijk aan te geven of zij instemt met het gebruik van de vertrouwelijke stukken in het hoger beroep.
Uitkomst: De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van kennisneming van vertrouwelijke persoonsgegevens en toezichtsgegevens gerechtvaardigd is.