ECLI:NL:CBB:2025:117

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
6 februari 2025
Publicatiedatum
21 februari 2025
Zaaknummer
23/1121
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 ongegrond verklaard

Een ondernemer heeft verzet aangetekend tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 werd vastgesteld op € 3.851,75.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft eerder het beroep van de ondernemer ongegrond verklaard en geoordeeld dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet zoals vermeld in de aangifte omzetbelasting over Q4 2021. De ondernemer stelde dat de minister de verkoop van twee bedrijfsauto's in het derde kwartaal van 2021, die ten onrechte in de omzet van Q4 2021 waren opgenomen, had moeten corrigeren.

Het College overweegt dat de minister juist heeft gehandeld door de omzet uit de aangifte omzetbelasting te volgen. De ondernemer heeft nagelaten de aangifte omzetbelasting over Q4 2021 aan te passen, waardoor het verzet ongegrond wordt verklaard.

Uitkomst: Het verzet van de ondernemer tegen de vaststelling van de subsidie TVL Q4 2021 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1121
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2025

Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel

Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades

Partijen

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] ,

te [plaats] (ondernemer), waarvoor aanwezig is [naam 1]
en

de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van 27 augustus 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:592) heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 13 maart 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft geoordeeld dat de minister de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 terecht op € 3.851,75,- heeft vastgesteld. Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting blijkt. Dat de accountant de jaaromzet in de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 heeft opgegeven, komt voor rekening van de ondernemer.
2. De ondernemer voert aan dat de minister twee bedrijfsauto’s die in het derde kwartaal (Q3) van 2021 zijn verkocht, maar over Q4 van 2021 in de aangifte omzetbelasting zijn opgegeven, in mindering had moeten brengen op de omzet van Q4 van 2021.
3. Het College overweegt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 blijkt. Dat deze opgegeven omzet voor een deel bestaat uit de verkoop van bedrijfsauto’s in Q3 van 2021, doet hier niet aan af. De ondernemer heeft de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 namelijk niet aangepast. Het verzet is ongegrond.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. C.D.V. Efstratiades