ECLI:NL:CBB:2025:163

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
23/583 en 23/584
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College van Beroep verklaart verzet tegen subsidieomzetberekening ongegrond

De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep waarin haar beroepen tegen besluiten van de minister van Economische Zaken over subsidie vaste lasten financiering COVID-19 kennelijk ongegrond werden verklaard.

De onderneming betoogde dat de omzet niet op basis van factuurdatum, maar van de periode waarin de diensten werden geleverd, berekend moest worden. Dit zou beter aansluiten bij het jaarrekeningenrecht, de NOW-regels en het omzetbegrip van de TVL-regeling, en zou de uitvoerbaarheid en administratieve lasten voor ondernemers verminderen.

Het College heeft echter geoordeeld dat in de eerdere uitspraak al uitvoerig op dit betoog is ingegaan en verwees naar jurisprudentie waarin het rechtmatigheid van het gebruik van het factuurstelsel voor omzetberekening werd bevestigd. Het feit dat de onderneming het niet eens is met dit oordeel, leidt niet tot een ander oordeel.

Daarom verklaart het College het verzet ongegrond en is de zaak hiermee definitief afgesloten.

Uitkomst: Het College verklaart het verzet van de onderneming ongegrond en bevestigt de omzetberekening op basis van het factuurstelsel.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummers: 23/583 en 23/584
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzet van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A. Verhoeven

Partijen

[naam 1] , te [woonplaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn[naam 2] en [naam 3]

en

de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron enmr. drs. G.O. Hoeksma

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 15 oktober 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:702 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)).
2 Met die uitspraak heeft het College de beroepen van de onderneming tegen de besluiten van de minister van 4 januari 2023 kennelijk ongegrond verklaard.
3 De onderneming heeft in verzet aangevoerd dat het niet terecht is dat voor het omzetbegrip uit wordt gegaan van de datum op de factuur. Omzetbedragen vallen in de periode waarin de diensten geleverd zijn. Dit is in overeenstemming met het jaarrekeningenrecht, de regels van de NOW en het omzetbegrip zoals gedefinieerd in de TVL. Er is onvoldoende oog geweest voor de uitvoerbaarheid en de administratieve last bij de ondernemers.
4 Het College stelt vast dat de onderneming in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 15 oktober 2024 niet juist is. In die uitspraak is in gegaan op het betoog van de onderneming over het factuurstelsel. Daarbij heeft het College onder meer gewezen op een vergelijkbare zaak waarin het College oordeelt dat de minister voor de berekening van de omzet uit mag gaan van de in een bepaalde periode gefactureerde bedragen. Dat de onderneming het niet met dit oordeel eens is, zoals ter zitting uiteengezet, maakt het niet anders. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaken met deze uitspraak zijn geëindigd.
w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven