ECLI:NL:CBB:2025:167

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
24/9 t/m 24/14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart beroepen gegrond tegen TVL-subsidiebesluiten wegens persoonlijke omstandigheden eigenaar

De ondernemingen hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken waarin drie aanvragen voor TVL-subsidie werden afgewezen en drie subsidies op nihil werden vastgesteld. De minister had de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Tijdens de zitting bleek dat de eigenaar van de ondernemingen ernstige medische problemen heeft, waaronder hartoperaties, een herseninfarct en epilepsie, en sinds oktober 2024 in een revalidatiecentrum verblijft na een hartstilstand. Daarnaast waren er ook persoonlijke omstandigheden die de administratievoering negatief beïnvloedden.

Het College oordeelt dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding verschoonbaar maken en draagt de minister op de besluiten te herzien. Tevens wordt het betaalde griffierecht van €2.226,- aan de ondernemingen vergoed, terwijl proceskosten verder niet worden toegekend.

Uitkomst: Het College verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op de besluiten te herzien en het griffierecht te vergoeden.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 24/9 tot en met 24/14
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025

Rechter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. A. Verhoeven

Partijen

[naam 1] en [naam 2], te [woonplaats] , waarvoor aanwezig zijn [naam 3] en [naam 4]
en
de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron en mr. drs. G.O. Hoeksma

Beslissing

Het College:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van €2.226,- aan de onderneming te vergoeden.

Overwegingen

1. De ondernemingen hebben de minister gevraagd de besluiten over zes TVL-periodes te herzien. Met deze besluiten heeft de minister drie aanvragen om TVL subsidie afgewezen en drie subsidies vastgesteld op nihil. De minister heeft de daartegen ingediende bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat de ondernemingen die te laat hadden ingediend. De ondernemingen hebben aangevoerd dat de termijnoverschrijdingen verschoonbaar zijn vanwege persoonlijke omstandigheden van de eigenaar. Zij vragen de minister hiermee rekening te houden en de besluiten te heroverwegen.
2 Uit de stukken en hetgeen besproken is ter zitting komt naar voren dat de eigenaar van de ondernemingen te maken heeft met zeer ernstige medische problematiek. Hij heeft ernstige hartproblemen waarvoor hij in 2016 en 2019 zware operaties heeft ondergaan , in 2018 kreeg hij een herseninfarct en sindsdien heeft hij last van epilepsie. In oktober 2024 heeft hij als gevolg van een epileptische aanval een hartstilstand gekregen en sindsdien verblijft hij in een revalidatiecentrum. Ook in de privésfeer hadden de eigenaar en zijn partner te maken met nare persoonlijke omstandigheden. De eigenaar was verantwoordelijk voor de administratie van de ondernemingen. Pas toen zijn partner eind 2024 inzicht kreeg in de administratie kwam aan het licht hoezeer de medische en persoonlijke omstandigheden de afgelopen jaren van invloed zijn geweest op het vermogen van de eigenaar om de administratie te voeren. Het was hem, zonder dat zij dat wist, teveel geworden. Er was een achterstand, met ook financiële gevolgen, waar zijn partner niet van op de hoogte was omdat zij erop had vertrouwd dat de eigenaar deed wat hij zei te doen. Achteraf bezien was hij er slechter aan toe dan hij zich voordeed.
3 Gezien deze persoonlijke omstandigheden is ter zitting besproken dat de minister opnieuw naar de besluiten gaat kijken. Daarbij zal de minister het omzetverlies van de ondernemingen moeten beoordelen. Het is in dat kader van belang dat de ondernemingen tijdig reageren en stukken aanleveren.
4 De beroepen zijn gegrond. De minister dient het door de ondernemingen betaalde griffierecht van €2.226,- (6 maal €371,-) te vergoeden. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven