ECLI:NL:CBB:2025:226

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 maart 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
23/844
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19

Een onderneming stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep eerder ongegrond zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De onderneming stelde verzet in en voerde aan dat een fout bij de btw-aangifte, waarbij een bedrag in het verkeerde kwartaal was vermeld, de oorzaak was van het niet ontvangen van een vaststellingsbesluit of notificatiebericht. Volgens de onderneming zou bij correcte aangifte geen discussie zijn ontstaan.

Het College oordeelde dat deze stelling geen grond bood om de eerdere uitspraak te herzien. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar gehandhaafd.

Uitkomst: Het verzet van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft gehandhaafd.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/844
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 op het verzet van

[naam] , te [woonplaats] (onderneming)

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische Zaken van 13 februari 2023. In dat besluit heeft de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend. Het College heeft het beroep met de uitspraak van 23 april 2024 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, ongegrond verklaard.
In verzet stelt de onderneming dat zij bij haar btw-aangifte een bedrag in het verkeerde kwartaal heeft vermeld, waardoor de subsidie op nihil is vastgesteld. Had zij deze fout niet gemaakt, dan zou er nooit een discussie zijn ontstaan over een wel of niet ontvangen vaststellingsbesluit of notificatiebericht. De onderneming heeft hiermee niets aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 23 april 2024 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk