ECLI:NL:CBB:2025:227

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 maart 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
22/2084
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19

Een ondernemer heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Economische Zaken van 22 augustus 2022 betreffende een subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dit beroep op 10 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

De ondernemer stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat het schrijven van het beroepschrift onder druk van schulden aan zijn boekhouder was uitbesteed, wat de vertraging veroorzaakte. Het College erkent de moeilijke coronaperiode, maar benadrukt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer was om tijdig te reageren.

Het College heeft geen nieuwe gronden ontvangen die de eerdere uitspraak zouden kunnen wijzigen en verklaart het verzet daarom ongegrond. De mondelinge uitspraak werd gedaan op 17 maart 2025 door de enkelvoudige kamer van het College.

Uitkomst: Het verzet van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2084
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 op het verzet van

[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer)

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken van 22 augustus 2022. Het College heeft het beroep met de uitspraak van 10 januari 2023 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
In verzet stelt de ondernemer dat het College ten onrechte verwacht dat het voor iedereen mogelijk is om een correcte brief te schrijven, onder de druk van schulden. De ondernemer heeft dat uit handen moeten geven aan zijn boekhouder en daar is waarschijnlijk de vertraging ontstaan.
Het College begrijpt dat de coronaperiode een zware tijd voor de ondernemer is geweest. Het was echter zijn eigen verantwoordelijkheid om op tijd een beroepschrift in te dienen. De onderneming heeft in verzet niets aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 10 januari 2023 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk