Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 januari 2025 op het hoger beroep van:
Nedcargo Logistics B.V., gevestigd te Haaften (Nedcargo),
Bpf Vervoer.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Nedcargo Logistics B.V. is door wijziging van haar bedrijfsactiviteiten vanaf 1 maart 2021 verplicht deel te nemen aan het bedrijfstakpensioenfonds Vervoer (Bpf Vervoer). Omdat Nedcargo al een eigen pensioenregeling had, verzocht zij om vrijstelling van deze verplichte deelname. Bpf Vervoer verleende deze vrijstelling echter alleen voor werknemers die langer dan zes maanden vóór de verplichtstelling in dienst waren, waardoor toekomstige werknemers werden uitgesloten.
De rechtbank Rotterdam vernietigde deze beperking en oordeelde dat de vrijstelling ook voor toekomstige werknemers geldt. Bpf Vervoer ging hiertegen in hoger beroep. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven onderschrijft de uitleg van de rechtbank dat artikel 2 van Pro het Vrijstellingsbesluit ruimte biedt voor een ruimere interpretatie, waarbij de vrijstelling niet beperkt mag worden tot werknemers die reeds in dienst waren.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wordt Bpf Vervoer veroordeeld in de proceskosten van Nedcargo. Het College legt een proceskostenveroordeling van €1.814,- op en heft een griffierecht van €548,-. Hiermee is duidelijk dat de vrijstelling voor de pensioenverplichting zowel voor bestaande als toekomstige werknemers geldt.
Uitkomst: Het hoger beroep van Bpf Vervoer wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de vrijstelling geldt voor alle werknemers.