ECLI:NL:CBB:2025:30
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL-startersregeling wegens niet voldoen aan inschrijvingseis
De onderneming heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de TVL-startersregeling voor het vierde kwartaal van 2021, nadat zij een boetiekhotel per 1 oktober 2020 had overgenomen en als vestiging had ingeschreven in het handelsregister. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming zelf niet binnen de vereiste inschrijvingsperiode (1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021) in het handelsregister stond ingeschreven, maar al sinds 4 juli 2008.
De onderneming voerde aan dat de inschrijving van de vestiging en de feitelijke exploitatie van het boetiekhotel aanleiding geven tot het voldoen aan de inschrijvingseis. Ook stelde zij dat zij op advies van een RVO-medewerker de aanvraag had ingediend en dat het niet verkrijgen van subsidie tot financiële problemen en dreigend faillissement zou leiden.
Het College oordeelt dat de minister terecht uitgaat van de inschrijving van de onderneming zelf en niet van die van de vestiging. De regeling vereist een scherpe afbakening van de doelgroep op basis van de inschrijvingsdatum van de onderneming. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. De keuze om het boetiekhotel niet als nieuwe onderneming in te schrijven is een bedrijfseconomische beslissing die voor rekening van de onderneming komt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de onderneming niet voldoet aan de inschrijvingseis.