Een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit constateerde op 10 november 2020 dat in een slachterij een stuk vlees op de grond was gevallen en zonder reiniging werd teruggehangen. De minister legde daarop een boete van €2.500,- op wegens overtreding van de Wet dieren en EU-verordeningen inzake levensmiddelenhygiëne.
De rechtbank Rotterdam matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar verklaarde het beroep van de slachterij gegrond. De slachterij stelde dat het vlees conform de werkinstructie werd behandeld en dat de toezichthouder het opknaptraject had doorkruist. Het College oordeelde echter dat de medewerkers het vlees terughingen zonder controle of melding, waardoor de hygiënenorm werd geschonden.
Het College bevestigde dat het vlees door contact met de vloer verontreinigd was en dat dit een overtreding van de hygiënevoorschriften oplevert. De boete werd daarom gehandhaafd. De matiging door de rechtbank wegens termijnoverschrijding werd als voldoende compensatie beschouwd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.