ECLI:NL:CBB:2025:408
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bestuursdwang dierenhouderij
De minister van Landbouw legde op 19 en 26 juni 2025 lasten onder bestuursdwang op aan verzoekers vanwege overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren, gericht op de hygiënische huisvesting van honden en het oormerken en registreren van schapen.
Omdat verzoekers niet aan de lasten voldeden, nam de minister op 30 juni 2025 bestuursdwang door dieren in bewaring te nemen en eiste betaling van kosten voor terugkrijgen. Verzoekers stelden dat last I niet bekend was gemaakt en maakten bezwaar tegen bestuursdwang, waarna zij voorlopige voorzieningen verzochten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de lasten rechtsgeldig waren bekendgemaakt, dat verzoekers onvoldoende aannemelijk maakten dat de post niet was ontvangen, en dat de minister terecht bestuursdwang toepaste gezien de ernstige tekortkomingen en nalatigheden. De voorwaarden voor teruggeven van dieren zijn redelijk en uitvoerbaar. Van een spoedeisend belang voor voorlopige voorzieningen is geen sprake.
Daarom wees de voorzieningenrechter de verzoeken af en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen bestuursdwang wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en gegrondheid besluiten.