ECLI:NL:CBB:2025:422

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
14 augustus 2025
Zaaknummer
24/822
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van basispremie en eco-regeling onder het GLB 2023 en de controle op gewasbedekking

In deze uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven op 19 augustus 2025, in de zaak tussen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en een landbouwer, werd de toewijzing van de basispremie en de eco-regeling onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 behandeld. De minister had de aanvraag van de landbouwer voor de basispremie en extra betalingen toegewezen, maar de landbouwer was het niet eens met de toekenning van het lagere tarief voor de eco-regeling, omdat zijn perceel niet voldeed aan de voorwaarde van minimaal 80% bedekking met gewas. De minister gebruikte verschillende soorten beeldmateriaal, waaronder teledetectie en luchtfoto's, om de gewasbedekking te controleren. De landbouwer voerde aan dat de teledetectie niet geschikt was om de situatie van zijn perceel te beoordelen, maar het College oordeelde dat de minister op basis van het beschikbare beeldmateriaal terecht had geconcludeerd dat het perceel niet voldeed aan de eisen. Het College benadrukte dat het aan de landbouwer was om aannemelijk te maken dat de beelden zijn interpretatie bevestigden. De uitspraak concludeerde dat het beroep van de landbouwer ongegrond was, en dat de minister geen proceskosten hoefde te vergoeden.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/822

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 augustus 2025 in de zaak tussen

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats]
(gemachtigde: mr. S.G. Wijma)
en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

(gemachtigden: mr. M. van den Brink en mr. L. Anvelink)

Procesverloop

Met het besluit van 4 juni 2024 heeft de minister op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 de aanvraag voor de basispremie, extra betaling eerste 40 hectare en de
eco-regeling (op het niveau van het tarief brons) toegewezen.
Met het besluit van 14 augustus 2024 (bestreden besluit) heeft de minister dit besluit gehandhaafd.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.
De zitting was op 27 mei 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen. Namens de minister is ook verschenen [naam 3] . De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken met nummers 24/798 en 24/780.

Overwegingen

Inleiding
1.1
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is voor zover hier van belang vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde verordening 2022/1172. Pijlers van deze nieuwe verordeningen zijn het meer resultaatgericht en marktgericht maken van het GLB en het ondersteunen en versterken van duurzaamheid en milieubescherming. Er is geen sprake van een compleet nieuw systeem, maar wel van een aantal wijzigingen ten opzichte van het GLB zoals dat tot 1 januari 2023 gold. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in een ministeriële regeling, gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 29696, van 8 november 2022, namelijk de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 november 2022, nr. WJZ/22031065, houdende de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor wat betreft de rechtstreekse betalingen en de conditionaliteiten (Uitvoeringsregeling GLB 2023).
1.2
De eco-regeling is een nieuw element van het GLB 2023. De eco-regeling ziet op betalingen bovenop de basisinkomenssteun. Zij is bedoeld om gericht duurzame landbouwactiviteiten te belonen en zo de nieuwe GLB-doelen te behalen. De vijf eco-doelen zijn: klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit. Voor elk van deze vijf doelen kan de landbouwer punten verdienen. Het aantal behaalde punten bepaalt de hoogte van het tarief dat voor de betaling wordt gehanteerd: brons, zilver of goud. De landbouwer moet voor elk eco-doel afzonderlijk voldoende punten halen om in aanmerking te komen voor de extra betaling voor de eco-regeling. Met die betaling worden landbouwers beloond voor het in stand houden van natuurlijke rijkdommen en het leveren van publieke goederen van algemeen nut die niet in de marktprijzen tot uiting komen.
1.3
Met de Gecombineerde opgave van 7 november 2023 heeft [naam 1] voor het jaar 2023 betaling aangevraagd voor de eco-regeling, berekend volgens het tarief van de categorie goud (€ 200,- per hectare). De minister heeft bij de betaling voor de eco-regeling echter het lagere tarief van de categorie brons (€ 60,- per hectare) gehanteerd. Dat komt doordat de minister geen punten heeft toegekend voor (de eco-doelen bij) de voor perceel 37 (2,0999 hectare) opgegeven eco-activiteit ‘groene braak - spontane opkomst’ (gewascode 6794). Volgens de minister voldoet het perceel niet aan de voorwaarden voor die eco-activiteit, omdat het perceel niet voldoende bedekt is geweest met gewas.
Wettelijk kader
2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Standpunten van partijen
3.1
[naam 1] voert aan dat perceel 37 wel voldoet aan de voorwaarden voor groene braak. In het najaar van 2022 is sprake geweest van spontane opkomst na de oogst van wintergerst. [naam 1] heeft het perceel vervolgens het hele jaar ongemoeid gelaten, wat terug te zien is op latere luchtfoto’s waarop de rijsporen uit het najaar van 2022 nog zichtbaar zijn. De gerst, maar ook grassen en andere kruiden waren in 2023 al vroeg uitgebloeid. Het is daarom begrijpelijk dat de door de minister gebruikte teledetectiebeelden geen beeld laten zien van een groen, bloeiend gewas. Teledetectie meet alleen groene, bloeiende gewassen en dus niet al uitgebloeide gewassen. Vanuit de lucht bezien is het gewas dan wel dor maar daaronder groeien wel al nieuwe plantjes, wat niet wordt opgepikt in de teledetectie. Teledetectie is hier dus geen geschikt controlemiddel. Het perceel heeft braak gelegen en is 100% bedekt geweest met spontaan opgekomen gewassen.
3.2
De minister stelt dat perceel 37 in de periode 31 mei 2023 tot en met 31 augustus 2023 niet met ten minste 80% bedekt is geweest en verwijst hierbij naar het door hem overgelegde beeldmateriaal. Als het gewas geleidelijk was gaan verdorren dan wel afsterven zoals [naam 1] stelt, hadden de teledetectiebeelden in de tijd een ander beeld gegeven. Deze waren dan geleidelijk aan minder rood en groener geworden. Dat is niet het geval. Bovendien is op de luchtfoto’s en satellietbeelden uit die periode een zanderige ondergrond te zien wat wijst op een niet volledige bedekking. Om te kunnen voldoen aan de eco-activiteit groene braak moet sprake zijn van een levend gewas dat voldoende opkomt.
Beoordeling door het College
4 Partijen twisten niet over de vraag of er op perceel 37 een gewas heeft gestaan uit de gewassenlijst ‘groene braak’ (artikel 23, aanhef en onder c, onderdeel 1, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023). De vraag die voorligt bij het College is of is voldaan aan de voorwaarde dat in de periode van 31 mei tot 31 augustus de oppervlakte voor minimaal 80% uit het aangegeven gewas bestaat (artikel 23, aanhef en onder c, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023).
Gebruik beeldmateriaal
5.1
De minister heeft ter zitting toegelicht dat om te controleren of en in hoeverre een perceel in de relevante periode met het opgegeven gewas is bedekt, gebruik wordt gemaakt van het hem ter beschikking staande beeldmateriaal, zowel uit openbare als niet openbare bronnen (zie artikel 83, zesde lid, van Verordening (EU) 2021/2116). Het gaat daarbij om verschillende soorten beelden zoals luchtfoto’s, ‘true color’ satellietbeelden en teledetectiebeelden. De beelden die voor teledetectie worden gebruikt zijn ‘near infrared’ beelden. Omdat het infraroodbeelden zijn, zijn de kleuren anders dan de kleuren op bijvoorbeeld een luchtfoto. De rode kleur op de teledetectiebeelden is de weerspiegeling van het infraroodlicht op de bladgroenkorrels in het gewas. De groene kleur betekent dat er weinig tot geen bladgroen is waargenomen. Dit houdt in dat hoe feller rood (delen) van percelen oplichten, hoe meer bladgroen er op het perceel aanwezig is. Deze satellietbeelden zijn vrij toegankelijke beelden die niet in opdracht van de minister gemaakt worden. De minister heeft ter zitting verder toegelicht dat de verschillende beelden naast elkaar gelegd worden en de bevindingen naar aanleiding van die reeks beelden besproken worden met verschillende medewerkers van de minister.
5.2
Het College is van oordeel dat de wijze waarop de minister gebruikt maakt van de verschillende soorten beeldmateriaal die hem ter beschikking staan om te controleren of de percelen overeenkomen met wat is opgegeven in de Gecombineerde opgave, op zichzelf is toegestaan en ook in lijn is met Verordening 2021/2116. Als de landbouwer, zoals in dit geval, meent dat het beeldmateriaal op verschillende wijzen is te interpreteren, is het aan de landbouwer om aannemelijk te maken dat de beelden zijn interpretatie bevestigen. Als de landbouwer hierin slaagt en de beelden dus niet uitsluiten dat zijn interpretatie (ook) mogelijk is, is het aan de minister om met genoeg materiaal te komen om hieraan tegenwicht te bieden.
Situatie [naam 1]
6 Uit het ter beschikking staande beeldmateriaal van perceel 37, zoals besproken ter zitting, leidt het College af dat dit perceel in de periode van 31 mei tot 31 augustus niet voor minimaal 80% was bedekt met het aangegeven gewas. Uit het beeldmateriaal is af te leiden dat er wel een gewas heeft gestaan, maar niet dat dit voldoende dekkend was. Op de teledetectiebeelden van de periode 4 juni 2023 tot en met 18 augustus 2023 is te zien dat het perceel niet meer (overwegend) rood is gekleurd, maar (overwegend) groen. Dit wijst erop dat het perceel niet overwegend bedekt was met een gewas. Op de luchtfoto van 5 juni 2023 en de satellietbeelden van die datum en van 18 augustus 2023 is op grote stukken van het perceel een zanderige ondergrond waarneembaar zodat dit het beeld dat uit de teledetectie volgt, bevestigt. Onder die omstandigheden kan het betoog van [naam 1] dat het perceel volledig, althans voor minimaal 80% met gewas bedekt was, niet worden gevolgd. Zijn betoog slaagt dan ook niet.
7 Het College merkt nog op dat voor zover de niet volledige bedekking het gevolg is geweest van de droge zomer, zoals op de zitting besproken, het op de weg van [naam 1] had gelegen een melding overmacht te doen bij de minister. Omdat hij dit niet heeft gedaan, kon de minister dit ook niet meenemen in zijn beoordeling.
8 Voor zover [naam 1] zich op het standpunt stelt dat hij niet tijdig op de hoogte is gesteld van de teledetectiecontrole en daardoor in bewijsproblemen is geraakt, deelt het College dit standpunt niet. [naam 1] heeft immers op het door de minister gebruikte beeldmateriaal kunnen reageren. De minister heeft in het bestreden besluit voldoende duidelijk gemaakt op welk beeldmateriaal hij zijn conclusie heeft gebaseerd, zodat het College [naam 1] ook niet volgt in het standpunt dat sprake is van een motiveringsgebrek.
Slotsom
9 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.L. van der Beek, mr. R.W.L. Koopmans en mr. C.T. Aalbers, in aanwezigheid van mr. C.S. de Waal, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2025.
w.g H.L. van der Beek w.g. C.S. de Waal

Bijlage

Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
Artikel 83 Controlesysteem voor de conditionaliteit
[…]
“6. Teneinde te voldoen aan hun controleverplichtingen […]
a. a) stellen de lidstaten controles ter plaatse in waarbij wordt nagegaan of de begunstigden voldoen aan de verplichtingen van titel III, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EU) 2021/2115;
[…]
c) kunnen de lidstaten voor het uitvoeren van de in punt a) bedoelde controles ter plaatse waar passend gebruikmaken van teledetectie, het areaalmonitoringsysteem of andere relevante ondersteunende technologieën;
[…].”
Uitvoeringsregeling GLB 2023
Artikel 1. Definities
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- eco-activiteitenlandbouwpraktijken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115; […]
Artikel 2. Bevoegdheden minister
1. De minister verstrekt rechtstreekse betalingen inzake:
a. basisinkomenssteun voor duurzaamheid;
b. aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid;
c. aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers;
d. de eco-regeling.
2 De minister verstrekt voorts betalingen inzake de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen.
3 De minister stelt elk jaar voor alle in het eerste en tweede lid genoemde betalingen het eenheidsbedrag vast binnen de marges, bedoeld in artikel 102, tweede lid, verordening (EU) 2021/2115 […]
Artikel 23. Eco-activiteiten categorie niet-productieve grond
De Eco-activiteiten in de categorie niet-productieve grond zijn: […]
c. groene braak, onder de volgende voorwaarden:
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland, die minimaal drie meter breed is;
2°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
3°. er wordt geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel; en
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan. […]
Artikel 25. Voorwaarden eco-regeling
1. De landbouwer die aanspraak maakt op de betaling voor de eco-regeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d:
a. voldoet per uitgevoerde eco-activiteit aan de desbetreffende voorwaarden, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24;
b. heeft voor de subsidiabele hectares per regio een minimaal aantal punten volgens de verdeelsleutel, bedoeld in bijlage 2, onderdeel C, behaald voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio als bedoeld in bijlage 2, onderdeel B;
c. heeft voor de subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en
d. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eco-activiteiten op de subsidiabele hectares die op de peildatum bij hem in gebruik zijn.
2 Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel d en vierde lid, onderdeel c, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.