De minister heeft de basis- en vergroeningsbetaling voor 2022 aan [naam 2] herberekend en lager vastgesteld vanwege een randvoorwaardenkorting van 3%, waarna het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd. [naam 2] stelde dat het bedrijfsbezoek onrechtmatig was en dat het bewijs onrechtmatig verkregen was, mede omdat de minister eerder een boete had ingetrokken die was gebaseerd op een rapport dat onvoldoende bewijs zou bevatten.
Het College stelt vast dat het besluit op bezwaar tegen de randvoorwaardenkorting onherroepelijk is en dat de minister slechts in uitzonderlijke gevallen van een eerder vaststaand besluit mag afwijken, wat hier niet aan de orde is. Het bewijs van overtreding van randvoorwaarden is rechtmatig verkregen en het betoog dat de randvoorwaardenkorting was ingetrokken, berust op een onjuiste lezing van het boetebesluit.
De minister was verplicht de uitbetaling te herzien en het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen. Het beroep van [naam 2] is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.