ECLI:NL:CBB:2025:553
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag warmtepomp wegens ontbreken stimulerend effect bij rechtspersoon
De stichting vroeg subsidie aan voor een warmtepomp op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, bedoeld voor verduurzaming van haar pand waar zij terminale zorg verleent. De minister wees de aanvraag af omdat de warmtepomp al was aangeschaft en geplaatst vóór de subsidieaanvraag, waardoor het vereiste van stimulerend effect niet was voldaan.
De stichting voerde aan dat zij geen eigenaar-bewoner is en dat het onderscheid tussen eigenaar-bewoners en zakelijke aanvragers onterecht is. Tevens stelde zij dat zij niet als onderneming in staatssteunrechtelijke zin moet worden beschouwd en dat de afwijzing disproportioneel is.
Het College oordeelt dat de minister terecht de subsidieaanvraag heeft afgewezen omdat de regeling en het Europese staatssteunrecht vereisen dat de subsidieaanvraag voorafgaat aan de investering. De stichting valt niet onder de uitzondering voor eigenaar-bewoners omdat zij een rechtspersoon is. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat de minister gebonden is aan de Europese regels.
Verder is vastgesteld dat de stichting voldoende is gehoord, zodat geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de stichting tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van het vereiste stimulerend effect.