ECLI:NL:CBB:2025:560
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhoudingsbeslissing in hoger beroep inzake consumentenbescherming
In het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 juli 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven een beslissing genomen over de geheimhouding van bepaalde stukken. De ACM had vertrouwelijke versies van diverse stukken ingediend en verzocht om beperking van kennisneming op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechter-commissaris heeft belangen afgewogen tussen het belang van partijen om over dezelfde relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van persoonsgegevens en bedrijfsvertrouwelijke gegevens. De persoonsgegevens in de correspondentie met de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en financiële gegevens van een derde onderneming zijn als vertrouwelijk aangemerkt.
De rechter-commissaris oordeelde dat openbaarmaking van deze gegevens een onevenredig nadeel voor betrokkenen zou opleveren en dat kennisneming door de wederpartij niet noodzakelijk is voor een behoorlijke belangenbehartiging. Tevens is het belang van de ACM meegewogen om ook in de toekomst vertrouwelijke informatie te kunnen ontvangen.
Het College verzoekt de appellant binnen twee weken schriftelijk aan te geven of zij instemt met het gebruik van de vertrouwelijke stukken als grondslag voor de uitspraak in het hoger beroep, voor zover zij deze stukken niet kent.
Uitkomst: De beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken is gerechtvaardigd verklaard.