ECLI:NL:CBB:2025:579
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag duurzame energie wegens ontbreken stimulerend effect en geen eigenaar-bewoner
De appellant, eigenaar van een pand met bedrijfsruimte en appartementen, vroeg subsidie aan voor een warmtepomp die in de bedrijfsruimte werd geïnstalleerd. De minister wees de aanvraag af omdat de warmtepomp was aangeschaft vóór de aanvraag, waardoor niet werd voldaan aan het vereiste stimulerend effect. Bovendien werd de subsidieaanvraag als zakelijk beoordeeld omdat de warmtepomp in een bedrijfsruimte werd geplaatst die aan derden werd verhuurd, waardoor de appellant niet als eigenaar-bewoner kon worden aangemerkt.
De appellant voerde aan dat de warmtepomp ook voor privégebruik in een garage en archief werd gebruikt en dat de regeling onevenredig bezwarend was. Het College oordeelde dat de warmtepomp in de bedrijfsruimte stond en dat de privéruimtes niet als hoofdverblijf konden worden beschouwd. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat dit het Europese recht niet kan terzijde schuiven.
Het College concludeerde dat de minister terecht de subsidieaanvraag heeft afgewezen wegens het ontbreken van het stimulerend effect en het feit dat de appellant geen eigenaar-bewoner was van de verwarmde ruimte. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing bleef in stand.
Uitkomst: De subsidieaanvraag is terecht afgewezen wegens het ontbreken van het stimulerend effect en het ontbreken van de status eigenaar-bewoner.