ECLI:NL:CBB:2024:290
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten COVID-19 wegens onderneming in moeilijkheden volgens AGVV
De onderneming verzocht subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor diverse periodes in 2021. De minister wees deze aanvragen af omdat de onderneming, als onderdeel van een groep, op 31 december 2019 al als onderneming in moeilijkheden (OIM) werd beschouwd volgens artikel 2, onderdeel 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
De kern van het geschil betrof de vraag of de afschrijving van goodwill moest worden meegenomen bij de beoordeling van het eigen vermogen en daarmee de status van OIM. De onderneming stelde dat de fiscale balans, waarin de afschrijving van goodwill niet is opgenomen, doorslaggevend moest zijn en dat de strikte toepassing van de AGVV-regels onredelijk was in het licht van het evenredigheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat het begrip eigen vermogen autonoom en uniform moet worden uitgelegd volgens het Unierecht, waarbij de afschrijving van goodwill conform de Richtlijn 2013/34/EU moet worden meegenomen. De onderneming voldeed daarmee aan de criteria van een OIM. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel kon het Unierecht niet opzij zetten. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel slaagde niet. Het beroep werd ongegrond verklaard en de subsidieafwijzing bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van de subsidieaanvragen wordt ongegrond verklaard omdat zij volgens de AGVV een onderneming in moeilijkheden is.