ECLI:NL:CBB:2025:58
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarin het beroep tegen het besluit van de minister van Economische Zaken om het bezwaar tegen het vaststellingsbesluit subsidie vaste lasten Q4 2021 niet-ontvankelijk te verklaren, ongegrond werd verklaard.
Het vaststellingsbesluit van 7 december 2022 stelde de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op nul euro vast en vorderde het betaalde voorschot van €82.332,48 terug. De minister verklaarde het bezwaar van de onderneming tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens het indienen buiten de wettelijke termijn zonder geldige reden.
Tijdens de verzetzitting bracht de onderneming naar voren dat zij een klein hotel is dat tijdens de coronaperiode veel personeel heeft moeten ontslaan, waardoor de hotelmanager zelf de subsidieaanvragen moest indienen en het overzicht verloor. Het College erkent de moeilijke omstandigheden, maar oordeelt dat deze geen bijzondere omstandigheden vormen die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
Daarom verklaart het College het verzet ongegrond, waarmee de zaak definitief is afgesloten.
Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.