ECLI:NL:CBB:2025:58

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
20 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
23/1450
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

De onderneming heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarin het beroep tegen het besluit van de minister van Economische Zaken om het bezwaar tegen het vaststellingsbesluit subsidie vaste lasten Q4 2021 niet-ontvankelijk te verklaren, ongegrond werd verklaard.

Het vaststellingsbesluit van 7 december 2022 stelde de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op nul euro vast en vorderde het betaalde voorschot van €82.332,48 terug. De minister verklaarde het bezwaar van de onderneming tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens het indienen buiten de wettelijke termijn zonder geldige reden.

Tijdens de verzetzitting bracht de onderneming naar voren dat zij een klein hotel is dat tijdens de coronaperiode veel personeel heeft moeten ontslaan, waardoor de hotelmanager zelf de subsidieaanvragen moest indienen en het overzicht verloor. Het College erkent de moeilijke omstandigheden, maar oordeelt dat deze geen bijzondere omstandigheden vormen die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.

Daarom verklaart het College het verzet ongegrond, waarmee de zaak definitief is afgesloten.

Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1450
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2025

Rechter: mr. R.W.L Koopmans

Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades

Partijen

[naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. J.W.P. van Oosten

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 18 juni 2024. Met deze uitspraak heeft het College het beroep van de onderneming tegen het besluit van de minister van 3 mei 2023 ongegrond verklaard. Met het besluit van 3 mei 2023 heeft de minister het bezwaar van de onderneming tegen het besluit van 7 december 2022 (vaststellingsbesluit) waarmee de minister de subsidie van de onderneming voor het vierde kwartaal van 2021 op € 0,- heeft vastgesteld en het betaalde voorschot van € 82.332,48 heeft teruggevorderd, niet-ontvankelijk verklaard. Het College heeft geoordeeld dat de minister met het besluit van 3 mei 2023 het bezwaar tegen het vaststellingsbesluit terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de onderneming zonder goede reden buiten de termijn bezwaar heeft gemaakt. De door de onderneming genoemde omstandigheden maken de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Op de verzetzitting van 20 januari 2025 heeft de onderneming naar voren gebracht dat het om een klein hotel gaat, dat zij in de coronaperiode veel werknemers moest laten gaan en dat de hotelmanager daardoor zelf achter de receptie stond. De hotelmanager heeft het indienen van de subsidieaanvragen op zich genomen, maar zag op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer.
Het College begrijpt dat het een zware tijd is geweest voor de onderneming, maar stelt vast dat de onderneming in verzet geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 18 juni 2024 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.D.V. Efstratiades