Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak tussen
[naam 2], te [woonplaats] (loonbedrijf)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het loonbedrijf kreeg bestuursdwang opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur met besluiten in 2019. Het bezwaar tegen deze besluiten werd door de minister afgewezen, waarna het loonbedrijf beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De behandeling van bezwaar en beroep duurde in totaal ruim zes jaar en negen maanden, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent.
Tijdens de zitting op 26 september 2025 troffen het loonbedrijf en de minister een schikking waarbij het loonbedrijf zijn beroep in een andere zaak introk en in deze zaak alleen nog een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding vorderde. Het College beoordeelde dat de redelijke termijn maximaal twee jaar zou mogen duren en rekende de overschrijding toe aan de minister en de Staat.
Het College veroordeelde de minister tot betaling van € 4.298,- en de Staat tot betaling van € 702,- aan immateriële schadevergoeding aan het loonbedrijf. Gezien de schikking werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 4 november 2025.
Uitkomst: De minister en de Staat worden veroordeeld tot betaling van in totaal € 5.000,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.