ECLI:NL:CBB:2025:618
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar TVL-subsidie wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin haar bezwaar tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege niet tijdig indienen. De bezwaartermijn eindigde op 1 juli 2022, maar het bezwaarschrift werd pas op 30 november 2022 ontvangen.
De onderneming voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat er lopende gesprekken waren met een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland over een bezwaarprocedure voor een andere TVL-periode (Q4 2021), waarbij ook de aanvraag voor Q1 2022 was besproken. Volgens de onderneming was er sprake van een impliciete afspraak dat het bezwaar over Q1 2022 niet afzonderlijk hoefde te worden ingediend.
Het College oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar aan de onderneming toe te rekenen is. Het feit dat er gesprekken waren over beide kwartalen ontslaat de onderneming niet van haar verplichting om tijdig bezwaar te maken tegen het besluit over Q1 2022. Er is geen bewijs van toezeggingen die de onderneming konden doen geloven dat geen afzonderlijk bezwaar nodig was.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het verzet ongegrond. De zaak is hiermee definitief afgesloten en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet van de onderneming wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.