In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 2 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Animal Rights en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het geschil betreft een handhavingsverzoek van Animal Rights tegen een schapenhouder die volgens hen onvoldoende maatregelen heeft genomen om zijn schapen te beschermen tegen aanvallen van wolven. De minister had eerder het verzoek afgewezen, maar Animal Rights heeft hiertegen beroep ingesteld. De minister heeft in zijn besluit gesteld dat de schapenhouder voldoende maatregelen had genomen, maar het College oordeelt dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke situatie en de beschermende maatregelen die de schapenhouder heeft genomen. Het College concludeert dat de minister een nieuw besluit moet nemen, waarbij hij moet onderzoeken welke maatregelen de schapenhouder heeft genomen en of deze voldoen aan de eisen van artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding voor Animal Rights. Het College vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.