Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 november 2016 in de zaak tussen
de Stichting Dier&Recht, te Amsterdam, appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Stichting Dier&Recht verzocht de staatssecretaris van Economische Zaken handhavend op te treden tegen een fokker van Franse bulldogs vanwege een vermeende overtreding van artikel 3.4 van het Besluit houders van dieren. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat er onvoldoende concrete normen waren om vast te stellen dat de fokker de gezondheid en het welzijn van dieren schaadde.
Na bezwaar en beroep stelde de fokker dat hij niet langer actief was, maar het College oordeelde dat hij nog steeds procesbelang had omdat hij op elk moment kon herstarten met fokken. Het College overwoog dat het handhavingsverzoek onvoldoende specifiek was: de appellant richtte zich niet op concrete gedragingen van de fokker, maar op het algemene fokken van het ras volgens de rassenstandaard.
Het College benadrukte dat handhaving alleen kan plaatsvinden bij een concrete overtreding en dat het verzoek onvoldoende duidelijk maakte waarom juist tegen deze fokker moest worden opgetreden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard.