ECLI:NL:CBB:2025:635
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek wegens voldoende bescherming schapen tegen wolvenaanvallen
De zaak betreft een handhavingsverzoek van Stichting Animal Rights tegen een schapenhouder die volgens hen onvoldoende maatregelen had genomen om zijn schapen te beschermen tegen aanvallen van wolven. De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wees dit verzoek af en handhaafde deze afwijzing na bezwaar.
Uit taxatierapporten bleek dat de schapenhouder vermoedelijk acht keer door wolven was aangevallen tussen oktober 2021 en juli 2022. De schapenhouder had wolfwerende rasters met stroomdraden geplaatst en verbeterde deze na elke aanval. De minister concludeerde dat de schapenhouder onder de huidige omstandigheden voldoende had gedaan om aanvallen te voorkomen, mede omdat nog onvoldoende bekend is over effectieve preventieve maatregelen.
Animal Rights stelde dat de gebruikte rasters niet voldeden aan de aanbevelingen van de Faunaschade PreventieKit en dat de wolf daardoor toch de kudde kon bereiken. Het College stelde echter vast dat de preventiekit geen dwingende voorschriften bevat, maar wel bruikbare aanknopingspunten biedt. De schapenhouder had uiteindelijk zes stroomdraden met voldoende spanning en een spanningsmeter toegepast, waarmee hij meer dan de aanbevolen maatregelen had getroffen.
Het College concludeerde dat de schapenhouder heeft voldaan aan de norm van artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren en dat de minister terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen. Het beroep van Animal Rights is ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Animal Rights wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.