ECLI:NL:CBB:2025:651
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen klacht over accountantsonderzoek filmproductie
Appellante, een productiemaatschappij die een film produceerde met subsidie van het Filmfonds en CoBO, diende een klacht in tegen twee accountants over een forensisch onderzoek naar de eindafrekeningen van de film. Zij stelde dat de accountants het fundamentele beginsel van objectiviteit hadden geschonden en het beginsel van hoor en wederhoor niet hadden gerespecteerd.
De accountantskamer verklaarde de klacht ongegrond. In hoger beroep voerde appellante meerdere gronden aan, waaronder vermeende ongepaste beïnvloeding van de accountants door de opdrachtgever en onzorgvuldigheden bij de rapportage. Het College oordeelde dat nieuwe stukken over ongepaste beïnvloeding buiten beschouwing moesten blijven omdat deze niet in het klaagschrift waren opgenomen.
Het College overwoog dat de accountants hun opdracht rationeel en met voldoende objectiviteit hadden uitgevoerd. De relatie tussen een accountant en de directrice van CoBO was niet zodanig dat deze de objectiviteit bedreigde. Ook was het niet vereist dat de conceptrapporten aan het accountantskantoor MTH werden voorgelegd voor hoor en wederhoor. De klacht werd dan ook in alle onderdelen ongegrond verklaard en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de uitspraak van de accountantskamer is ongegrond verklaard.