ECLI:NL:CBB:2025:662
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens feitelijke aard brief minister en geen besluit in bestuursrechtelijke zin
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven geoordeeld over het beroep van een belanghebbende tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De minister had een voorstel om overtredingen met betrekking tot dieren in onderling overleg te beëindigen ingetrokken via een brief van 11 juli 2023. De belanghebbende maakte bezwaar tegen deze brief, maar de minister verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
Het College heeft beoordeeld of de brief van de minister een besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Dit artikel vereist dat een besluit een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling is die gericht is op rechtsgevolg, namelijk een wijziging in de rechtspositie van een betrokkene. Het College oordeelde dat de brief slechts een feitelijke mededeling bevatte over het intrekken van het voorstel, zonder dat dit een wijziging in de rechtspositie van de belanghebbende tot gevolg had. Ook de gesprekken tussen de NVWA en de belanghebbende in januari en februari 2023 betroffen feitelijke mededelingen zonder rechtsgevolg.
Daarom kon het bezwaar tegen de brief niet ontvankelijk worden verklaard en was het beroep tegen deze beslissing ongegrond. Het College wees het beroep af en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College op 16 december 2025.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende is ongegrond verklaard omdat de brief van de minister geen besluit is in de zin van de Awb.