ECLI:NL:CBB:2025:86
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing subsidieaanvraag warmtepomp na herstel motiveringsgebrek
In deze zaak hebben [naam 1] en [naam 2] beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun subsidieaanvraag voor een warmtepomp. De minister van Klimaat en Groene Groei had de aanvraag afgewezen omdat voor dezelfde warmtepomp al subsidie was verstrekt aan een derde partij. Het College had in een tussenuitspraak vastgesteld dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat niet duidelijk was waarom in acht vergelijkbare gevallen wel automatisch subsidie was toegekend terwijl andere aanvragen handmatig werden beoordeeld en afgewezen.
De minister heeft vervolgens het motiveringsgebrek hersteld door uit te leggen dat een risicofilter in het geautomatiseerde systeem tijdelijk niet functioneerde, waardoor acht aanvragen ten onrechte automatisch werden goedgekeurd. De overige negentien aanvragen, waaronder die van [naam 1] en [naam 2], werden handmatig beoordeeld en afgewezen op grond van de Regeling ISDE.
Het College oordeelt dat de minister met deze nadere toelichting voldoende inzicht heeft gegeven in de discrepantie tussen de verschillende uitkomsten en daarmee het motiveringsgebrek heeft hersteld. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand, zodat de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd blijft.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar de minister wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan [naam 1] en [naam 2] te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.