ECLI:NL:CBB:2025:90
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing subsidieaanvraag wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen in stand gelaten
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het beroep van een aanvrager tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag gegrond verklaard. De minister had de subsidieaanvraag afgewezen omdat voor de warmtepomp al subsidie was verstrekt aan een andere partij en er geen bewijs was dat deze eerdere subsidieverlening onterecht was.
Het College oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat niet duidelijk was waarom in acht gevallen subsidie automatisch was toegekend terwijl vergelijkbare aanvragen handmatig waren beoordeeld en afgewezen. De minister heeft vervolgens de motivering aangevuld en toegelicht dat het geautomatiseerde systeem tijdelijk niet goed functioneerde, waardoor in acht gevallen ten onrechte subsidie werd toegekend.
De aanvrager betoogde dat de minister onvoldoende had uitgelegd waarom de fouten in het systeem niet leidden tot gelijke behandeling, wat het gelijkheidsbeginsel zou schenden. Het College vond de aanvullende motivering van de minister echter toereikend en concludeerde dat het motiveringsgebrek was hersteld.
Desondanks vernietigde het College het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maar liet het de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de afwijzing van de subsidieaanvraag blijft gelden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar de minister werd opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de afwijzing blijven in stand.