Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaken tussen
minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Overwegingen
niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, overwegend voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt (artikel 32, tweede lid, aanhef en onder a, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid).
Beslissing
- verklaart het beroep 24/109 ongegrond;
- verklaart het beroep 24/189 gegrond en vernietigt bestreden besluit II voor zover dit ziet op perceel 24;
- verklaart het beroep 24/392 gegrond en vernietigt bestreden besluit III voor zover dit ziet op perceel 25;
- verklaart het beroep 24/562 gegrond en vernietigt bestreden besluit IV voor zover dit ziet op de percelen bedoeld in rechtsoverweging 8.4;
- verklaart het beroep 24/594 gegrond en vernietigt bestreden besluit V voor zover dit ziet op de percelen bedoeld in rechtsoverweging 9.4;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op de bezwaren te nemen met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 748,- (€187,- x 4) aan de landbouwer te vergoeden;