ECLI:NL:CBB:2026:105
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag energiekosten wegens vast energiecontract onder drempelbedragen
Appellant had een vijfjarig vast energiecontract met een ingangsdatum vóór 1 november 2022 en een einddatum na 31 december 2023, waarbij de leveringsprijzen voor gas en elektriciteit lager waren dan de drempelbedragen zoals genoemd in artikel 3, eerste lid, van de TEK. De minister wees de subsidieaanvraag af omdat appellant daardoor geen subsidiabele energiekosten had.
Appellant voerde aan dat zijn energiekosten meer dan 30% van zijn omzet bedroegen en dat zijn bruto inkomen onder het sociale minimum lag, waardoor hij wel in aanmerking zou moeten komen voor subsidie. Het College oordeelde echter dat de TEK-regeling niet bedoeld is als inkomensvoorziening, maar uitsluitend voor het tijdelijk overnemen van een deel van de gestegen energiekosten.
Het College stelde vast dat de leveringsprijzen in het contract van appellant lager waren dan de drempelbedragen, waardoor op grond van artikel 7, zevende lid, van de TEK geen subsidiabele kosten aanwezig waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een vast energiecontract met leveringsprijzen onder de subsidiabele drempelbedragen.