ECLI:NL:CBB:2026:110

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
24/623
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 Uitvoeringsregeling GLB 2023Art. 11 Uitvoeringsregeling GLB 2023Verordening 2021/2115Verordening 2021/2116Uitvoeringsverordening 2021/2290
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen kennelijke fout bij niet opgeven perceel voor GLB-steun 2023

In deze zaak heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besloten om geen GLB-steun uit te keren voor een perceel dat niet was opgegeven door de aanvrager in de gecombineerde opgave 2023. De aanvrager stelde dat het niet opgeven van het perceel een kennelijke fout betrof, omdat het vinkje standaard was aangevinkt en zij geen reden had dit te verwijderen. De minister betwistte dit en stelde dat het niet aan hem is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep van de aanvrager ongegrond verklaard. Het oordeelde dat er geen sprake was van een tegenstrijdigheid in de aanvraag die wijst op een vergissing. De minister hoefde niet te onderzoeken waarom het vinkje was verwijderd, en het is niet ondenkbaar dat een aanvrager bewust een perceel niet opgeeft. De aanvraag bevatte bovendien een overzicht waaruit bleek dat minder subsidiabele oppervlakte was opgegeven dan maximaal mogelijk.

De uitspraak bevestigt dat onder de Uitvoeringsregeling GLB 2023 een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als er een duidelijke tegenstrijdigheid is die eenvoudig kan worden geconstateerd en de aanvrager te goeder trouw heeft gehandeld. De minister heeft de aanvraag correct beoordeeld en het beroep is afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de minister om geen GLB-steun uit te keren voor het niet opgegeven perceel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/623

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen

[naam] , te [vestigingsplaats] ( [naam] )

(gemachtigde: M.J.P. van Lieshout)
en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

(gemachtigden: mr. S.H.B. van der Zalm en mr. I.M.H.G. van Lankveld)

Procesverloop

Met het besluit van 16 mei 2024 heeft de minister de aan [naam] te betalen steun op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 voor het jaar 2023 vastgesteld.
Met het besluit van 26 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] daartegen ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 2 februari 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van de minister deelgenomen.

Overwegingen

Inleiding
1.1
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is voor zover hier van belang vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde verordening 2022/1172. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023.
1.2
De minister heeft [naam] , een vennootschap, geen uitbetaling toegekend voor perceel 5, omdat zij dit perceel niet voor uitbetaling heeft opgegeven.
Wettelijk kader
2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
Standpunten partijen
3.1
Volgens [naam] is het niet opgeven van perceel 5 voor GLB-steun een kennelijke fout in haar Gecombineerde opgave van 1 november 2023. Het is voor haar niet meer te achterhalen waarom het vinkje, dat standaard is aangevinkt, is verwijderd. Zij had geen enkele reden om dit vinkje te verwijderen, omdat het een subsidiabel perceel betreft, en zij heeft ook geen melding ontvangen van het verwijderen van het vinkje. Het niet aanvragen van uitbetaling van één perceel is volstrekt onlogisch en is daarom aan te merken als een kennelijke fout, omdat niemand zichzelf (bewust) te kort zou doen. Nu zij voor één perceel geen uitbetaling heeft verzocht, had de minister dit verschil moeten opmerken.
3.2
De minister betwist dat sprake is van een kennelijke fout. De minister kon niet uitsluiten dat [naam] een reden had om dit perceel niet voor uitbetaling op te geven. De minister hoefde zich niet te verdiepen in de motieven van [naam] om het perceel wel of niet op te geven of na te gaan of zij haar aanvraag op een gunstiger wijze kon invullen. De beschikbare percelen zijn automatisch aangevinkt en [naam] heeft dit vinkje zelf verwijderd.
Beoordeling
4.1
Het College heeft in haar uitspraak van 20 mei 2023 (ECLI:NL:CBB:2025:311) aanvaard dat de minister bij de beoordeling van de kennelijke fout heeft aangesloten bij de uitgangspunten die golden onder de ‘oude’ GLB en die waren gebaseerd op een werkdocument van de Europese Commissie (Werkdocument AGR 49533/2002). Van een kennelijke fout is daarom, ook onder het GLB 2023, sprake als er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing, de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken en de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld (artikel 47 van Pro de Uitvoeringsregeling GLB 2023).
4.2
Het College is van oordeel dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een kennelijke fout. Er is geen sprake van een tegenstrijdig ingevulde aanvraag en deze bevat (ook) geen aanwijzingen dat [naam] perceel 5 voor uitbetaling had willen opgeven. Het is niet ondenkbaar dat er voor een aanvrager redenen kunnen zijn om bepaalde percelen niet op te geven en het is niet aan de minister om zich te verdiepen in de motieven van de aanvrager. De Gecombineerde opgave is zo ingericht dat de percelen die voor uitbetaling in aanmerking komen standaard zijn aangevinkt en dit vinkje is door (de gemachtigde van) [naam] verwijderd. Bovendien blijkt uit het in de Gecombineerde opgave opgenomen overzicht van de ingevulde gegevens voor de basispremie en eco-regeling duidelijk dat zij minder subsidiabele oppervlakte (en percelen) heeft opgegeven dan maximaal mogelijk zou zijn.
Slotsom
5 Het beroep slaagt niet. De minister hoeft geen kosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
w.g. R.C. Stam w.g. C.E.C.M. van Roosmalen

Bijlage

Uitvoeringsregeling GLB 2023
Artikel 11 Aanvraag Pro
1. Een landbouwer die (…) een aanmelding tot deelname heeft gedaan dient in de periode van 15 oktober tot en met 30 november van het aanvraagjaar een aanvraag in. (…)
2. Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in (…) artikel 46.
Artikel 47 Kennelijke Pro fout
1. In aanvulling op artikel 59, zesde lid, van verordening (EU) 2021/2116 kan de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.
2 Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien:
a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing;
b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken; en
c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld. (…)