In deze zaak heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besloten om geen GLB-steun uit te keren voor een perceel dat niet was opgegeven door de aanvrager in de gecombineerde opgave 2023. De aanvrager stelde dat het niet opgeven van het perceel een kennelijke fout betrof, omdat het vinkje standaard was aangevinkt en zij geen reden had dit te verwijderen. De minister betwistte dit en stelde dat het niet aan hem is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep van de aanvrager ongegrond verklaard. Het oordeelde dat er geen sprake was van een tegenstrijdigheid in de aanvraag die wijst op een vergissing. De minister hoefde niet te onderzoeken waarom het vinkje was verwijderd, en het is niet ondenkbaar dat een aanvrager bewust een perceel niet opgeeft. De aanvraag bevatte bovendien een overzicht waaruit bleek dat minder subsidiabele oppervlakte was opgegeven dan maximaal mogelijk.
De uitspraak bevestigt dat onder de Uitvoeringsregeling GLB 2023 een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als er een duidelijke tegenstrijdigheid is die eenvoudig kan worden geconstateerd en de aanvrager te goeder trouw heeft gehandeld. De minister heeft de aanvraag correct beoordeeld en het beroep is afgewezen.