ECLI:NL:CBB:2026:114
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in Wet dieren boetezaak
Betrokkene heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin zijn hoger beroep tegen een boetebesluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de hogerberoepstermijn.
De rechtbank Rotterdam had eerder het beroep van betrokkene tegen de boete van € 3000,- ongegrond verklaard. Het hogerberoepschrift werd op 7 oktober 2024 ontvangen, terwijl de termijn was verstreken. Betrokkene stelde dat de termijn pas begon te lopen na ontvangst van de uitspraak die op 29 augustus 2024 opnieuw was verzonden, omdat de eerste verzending op 8 augustus 2024 onbestelbaar was.
Het College oordeelde dat de eerste aangetekende verzending op 8 augustus 2024 rechtsgeldig was en dat de termijn van zes weken vanaf die datum liep, waardoor het hogerberoepschrift te laat was ingediend. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beoordeeld, omdat betrokkene voldoende tijd had om binnen de termijn hoger beroep in te stellen na ontvangst van de tweede verzending.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, waardoor het hoger beroep niet inhoudelijk werd behandeld en de zaak werd afgesloten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.