ECLI:NL:CBB:2026:119
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin haar beroep tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat ongegrond werd verklaard. Het oorspronkelijke bezwaar was niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke bezwaartermijn was ingediend.
De onderneming stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat het op 7 november 2022 in een brievenbus was gedeponeerd, binnen de termijn, en dat de latere poststempeling op 11 november 2022 niet aan haar te wijten was. Tevens voerde zij aan dat het bezwaar inhoudelijk behandeld had moeten worden en dat zij ten onrechte niet was gehoord.
Het College oordeelde dat volgens artikel 6:9 Awb Pro het bewijs van tijdige terpostbezorging wordt geleverd door het poststempel op de envelop, dat in dit geval op 11 november 2022 viel, na de termijn van 9 november 2022. De onderneming had haar stelling niet onderbouwd met bewijs, zoals een verklaring van de vriend die het bezwaar zou hebben gepost. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar en de belangen van de onderneming speelden hierbij geen rol.
Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het verzet ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden en de zaak is hiermee definitief afgesloten.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn wordt ongegrond verklaard.