ECLI:NL:CBB:2026:123
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Pavićević
- A. van Gijzen
- C. de Kruif
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij last onder bestuursdwang Wet dieren
Appellant hield diverse dieren en kreeg twee lasten onder bestuursdwang opgelegd wegens overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Na bezwaar werden de lasten deels gehandhaafd. Appellant stelde beroep in tegen beide besluiten.
Het College oordeelde dat appellant geen procesbelang meer had omdat de lasten grotendeels waren uitgevoerd en er geen bestuursdwang of kostenbesluiten waren genomen. Appellant voerde aan dat de besluiten gevolgen voor de toekomst konden hebben en dat hij kosten had gemaakt, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd.
Het College wees erop dat het louter formele of hypothetische belang onvoldoende is en dat toekomstige handhavingstrajecten apart beoordeeld kunnen worden. Ook de door appellant genoemde kosten voor dierenarts, advocaat en griffierecht waren niet voldoende voor procesbelang.
Daarom verklaarde het College de beroepen niet-ontvankelijk en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af, behalve dat het griffierecht voor één beroep werd terugbetaald vanwege samenhang. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier op 24 maart 2026.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de lasten onder bestuursdwang worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.