1.2Op 28 september 2021 hebben toezichthouders van het Agentschap Telecom (nu: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) een controle uitgevoerd op de naleving van Telecommunicatiewet (Tw). De toezichthouders hebben van wat zij die dag hebben waargenomen op 11 oktober 2021 een rapport van bevindingen opgemaakt. Daarin is onder meer het volgende vermeld:
"Op dinsdag 28 september 2021, omstreeks 10:32 uur, bevonden wij ons ter controle op de naleving van de bepalingen gesteld in de Tw, in een dienstauto van Agentschap Telecom op de [adres 1] te [woonplaats 2], GPS-coördinaten [locatie 1] & [locatie 2]. Middels een in de dienstauto aanwezige radio-ontvanger beluisterden wij op een frequentie van 94,5 megahertz in de FM-omroepband een kennelijk illegale radiozender. Wij hoorden dat via deze zender muziek werd uitgezonden. Ook zagen wij, via een daartoe geschikte decoder, dat via deze zender tevens een zogenaamd 'Radio Data Signaal' (RDS) werd uitgezonden. Wij zagen namelijk dat op het display de volgende teksten verschenen: ''Hallo u luistert naar [naam 2] vanuit het beruchte [plaats]! [nummer]" en "Reacties naar [nummer]".
Omstreeks 11:51 uur die dag wezen radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen en een ter plaatse ingesteld onderzoek uit dat de door onderhavige zender uitgezonden radiogolven werden uitgestraald vanaf een antenne-installatie die stond opgesteld op het perceel [adres 2] te [woonplaats 1], gemeente [woonplaats 3].
Wij zagen op het display van de peilapparatuur, behorende bij de voornoemde radio-ontvanger, dat de peilapparatuur, ongeacht de richting waarin wij reden, steeds in de richting van de antenne-installatie op het perceel wees. Tevens zagen wij op het display dat het relatieve veldsterkteniveau van het ontvangen radiosignaal ter hoogte van de antenne-installatie op het perceel het hoogst was.
Het was ons ambtshalve bekend dat op het voornoemde perceel geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte krachtens de Tw was afgegeven voor het aanleggen, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben of gebruik van een radioapparaat met voornoemde zendfrequentie.
Vervolgens stelden wij ter plaatse een nader onderzoek in. Wij zagen dat die antenne-installatie een geschatte hoogte had van achttien meter. Ook zagen wij dat daarin vier verticaal gepolariseerde antennes waren gemonteerd. Het was ons ambtshalve bekend dat deze antennes geschikt zijn voor het uitstralen van radiogolven in de FM-omroepband. Uit dit onderzoek blijkt dat de antenneinstallatie achter de schutting van het perceel [adres 2] stond. Na
bevraging bij de dienst kadaster bleek dat dit perceel toebehoort aan [naam 3] B.V. te [woonplaats 4]. De organisatie is al op de hoogte van deze antenneinstallatie van een eerdere constatering. Verder bleek dat de coaxkabel welke van de antennes uit de antenne installatie kwam, door een gat in de schutting verdween.
Wij zagen dat in de directe omgeving van het onderhavige perceel enkele andere antenne-installaties, geschikt voor gebruik in de FM-omroepband, stonden opgesteld. Door extra radiopeilingen en relatieve veldsterktemetingen, met behulp van voornoemde peil- en ontvangstapparatuur, stelden wij vast dat er middels die antenne-installaties geen radiogolven werden uitgestraald, dan wel van invloed waren op onze uitgevoerde metingen.
Omstreeks 12:00 uur die dag vervolgden wij onze weg.
Door de combinatie van hiervoor beschreven visuele en technische waarnemingen stelden wij vast dat het radiosignaal met behulp van de antenne-installatie op het voornoemde perceel werd uitgezonden."