Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 april 2026 op het hoger beroep van:
[naam 1] (accountant),
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
As I look back at 2020, I also remember the millions of people who lived through the worst bushfires, floods, droughts, windstorms and heatwaves on record, while the pandemic raged. Many of them are still living with that devastation. Those most vulnerable to the pandemic are also those most vulnerable to climate impacts - an effect of the same interweaving of economic exploitation, sexism, racism, colonial history and other systems which marginalize and exclude, which place individuals and communities in positions of vulnerability.
The natural disasters in 2020 have had a profound impact on families. It is estimated that 40 million more children, youth and adults were displaced that year – the highest annual figure in a decade. Of this, three quarters had to move due to floods, storms and wildfires, with people in East Asia and the Pacific region most impacted.
Het eerste geval ziet op verklaringen over het toetsen of SGC aan de ANBI-voorwaarden voldoet. Het College heeft op dit punt echter geen onjuistheid of inconsistentie kunnen vaststellen. In nr. 27 van het verweerschrift in eerste aanleg is vermeld dat de accountant bij het management inlichtingen heeft ingewonnen over het naleven door SGC van de ANBI-voorwaarden. Dat zij op de zitting bij de accountantskamer heeft verklaard dat zij heeft getoetst of SGC aan de ANBI-voorwaarden voldoet, is daarmee niet in strijd. Het tweede geval ziet op verklaringen over een al dan niet gemaakt onderscheid tussen gebonden en ongebonden middelen, baten en lasten. Het College acht een eventuele niet-consistente verklaring op dit punt niet relevant, omdat deze kwestie in hoger beroep niet aan de orde is.
In de door de Vereniging gegeven voorbeelden ziet het College hoe dan ook geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de accountant in de stukken en ter zitting te twijfelen.
Het College is evenals de accountantskamer van oordeel dat hier sprake is van een dergelijk geval. De vermelding en de verwijzing zijn weliswaar niet juist, omdat in dit geval de verslaggevingsstandaard IFRS for SMEs is toegepast die niet valt onder artikel 362, achtste lid, van Boek 2 BW en ook niet is vastgesteld (“adopted”) door de Europese Commissie. Maar de IFRS for SMEs -die een vereenvoudiging is van de door de Europese Commissie vastgestelde IFRS/IAS- is wel uitdrukkelijk als de toegepaste verslaggevingsstandaard genoemd in de geconsolideerde jaarrekening en in de accountantsverklaring, waardoor een misverstand bij de gebruiker over de toegepaste verslaggevingsstandaard die het gevolg is van de vermelding of de verwijzing onwaarschijnlijk is. Het College vindt de verwijtbare gedraging daarom van zodanig geringe betekenis dat het opleggen van een maatregel niet is aangewezen.