ECLI:NL:CBB:2026:15

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
24/950
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:12 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geheimhoudingsverzoek bedrijfsvertrouwelijke informatie in hoger beroep tegen ACM-besluit

AVR heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een bestuursrechtelijke zaak met betrekking tot afvalverwerking. De ACM heeft vertrouwelijke stukken ingediend waarvan zij beperkte kennisneming door partijen wenst, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechter-commissaris heeft de belangen afgewogen tussen het belang van openbaarheid en het belang van bescherming van bedrijfsvertrouwelijke informatie. De stukken bevatten onder meer prijsverwachtingen, hoeveelheden afval, verslagen van aandeelhoudersvergaderingen met interne beleidsopvattingen en concurrentiegevoelige gegevens.

AVR en de betrokken gemeenten steunden het verzoek tot beperking van kennisneming. De rechter-commissaris oordeelde dat de gevraagde beperking gerechtvaardigd is, ook voor oudere stukken die nog steeds commerciële relevantie hebben. Het College kan op basis van de vertrouwelijke stukken uitspraak doen, met toestemming van partijen.

De beslissing is genomen door mr. A. van Gijzen als rechter-commissaris op 20 januari 2026.

Uitkomst: De beperking van kennisneming van bedrijfsvertrouwelijke stukken is gerechtvaardigd verklaard.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/950
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van

AVR-Afvalverwerking B.V. (AVR), te Rotterdam

(gemachtigden: mr. E. Oude Elferink en mr. M.M. van der Vossen),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 september 2024, kenmerk 23/5752, in het geding tussen

AVR

en
de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
(gemachtigden: mr. J.M. Meindertsma en mr. A. El Baghdadi),
met als derde partijen in hoger beroep:
de gemeenten Berkelland, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Rijssen-Holten, Tubbergen en Wierden (gemeenten)
(gemachtigde: mr. M.C. van Heezik).

Procesverloop

AVR heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 september 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:9009).
De ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft (delen van) de dossierstukken 5 (ACM/UIT/573287) en 153 (ACM/IN/776395) met de daarbij horende bijlagen A, C, E, F, H, I en J.
AVR en de gemeenten hebben op het verzoek om beperking van de kennisneming gereageerd.
Het College heeft de ACM om een nadere motivering van het verzoek gevraagd. De ACM heeft hierop gereageerd.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van Pro de Awb heeft het College mr. A. van Gijzen opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft.
3 Voor stukken 5 en 153 geldt volgens de ACM dat de beperking van de kennisneming van de gelakte passages nodig is omdat sprake is van bedrijfsvertrouwelijke informatie. De passages bevatten informatie over prijsverwachtingen en hoeveelheden te verwerken afval. Bijlagen A, C, E en J betreffen verslagen van de algemene vergadering van aandeelhouders. Deze verslagen bevatten volgens de ACM persoonlijke (beleids)opvattingen voor intern beraad. Het waarborgen van de vertrouwelijkheid van de interne beraadslagingen is belangrijk voor het goed functioneren van de algemene vergaderingen van aandeelhouders. Indien de individuele leden steeds rekening dienen te houden met het risico van openbaarmaking van de verslagen van de beraadslagingen, kan dit tot gevolg hebben dat zij hun visie en inbreng niet meer vrijuit kunnen delen en zal dit de zorgvuldige voorbereiding van de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders kunnen benadelen. Verder bevatten de verslagen concurrentiegevoelige informatie en persoonsgegevens. Bijlagen F, H en I bevatten ook bedrijfsvertrouwelijke informatie. Naar aanleiding van het verzoek om nadere motivering heeft de ACM de namen en parafen van de voorzitter en de secretaris in de verslagen ontlakt en nieuwe versies van de stukken ingediend. Het verzoek om geheimhouding van bedrijfsvertrouwelijke informatie in de stukken die ouder dan vijf jaar zijn, heeft de ACM nader gemotiveerd.
4 AVR heeft in haar reactie op het verzoek meegedeeld dat zij geen bezwaar heeft tegen het verzoek om beperking van de kennisneming van de gedingstukken. De gemeenten (ook zijnde de aandeelhouders) hebben in hun reactie te kennen gegeven het verzoek van de ACM te steunen en geen bezwaar te hebben tegen het verzoek om beperking van de kennisneming van de gedingstukken.
5.1
De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van stukken 5 en 153 gerechtvaardigd is. De weggelakte delen van stukken 5 en 153 bevatten recente bedrijfsvertrouwelijke gegevens die inzicht kunnen geven in de commerciële positie van het betreffende bedrijf.
5.2
Over bijlagen A, C en J bij stuk 153 oordeelt de rechter-commissaris dat de beperkte kennisneming hiervan gerechtvaardigd is. Deze stukken betreffen verslagen van de algemene vergadering van aandeelhouders van het betreffende bedrijf, waarin de persoonlijke (beleids)opvattingen van de deelnemers aan de vergadering ten behoeve van intern beraad worden gedeeld. Het belang van de aandeelhouders om vrijuit hun visie en inbreng te kunnen delen weegt zwaarder dan het belang van AVR bij de vrijgave van de informatie. Bepaalde passages van de verslagen A en C bevatten daarnaast recente bedrijfsvertrouwelijke informatie over tarieven, die inzicht kunnen geven in de commerciële positie van het bedrijf.
5.3
Bijlagen E en F bij stuk 153 dateren uit 2016 en bevatten bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige gegevens. Informatie die minstens vijf jaar oud is, verliest door tijdsverloop in beginsel het vertrouwelijk karakter, tenzij de partij die zich op de vertrouwelijkheid beroept, aannemelijk maakt dat deze informatie ondanks de ouderdom ervan nog steeds een wezenlijk onderdeel van haar commerciële positie of van die van een betrokken derde vormt (arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 maart 2017 in de zaak Evonik Degussa GmbH, C-162/15 P, ECLI:EU:C:2017:205). Naar het oordeel van de rechter-commissaris heeft de ACM aannemelijk gemaakt dat de betreffende gegevens nog steeds inzicht kunnen geven in de huidige commerciële positie van het bedrijf, omdat het gaat om een langdurige overeenkomst met het bedrijf en de informatie ziet op toekomstige tarieven. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
5.4
Bijlagen H en I bij stuk 153 bevatten recente bedrijfsvertrouwelijke informatie over hoeveelheden afval per gemeente en berekeningen van de omzet van het bedrijf. Deze gegevens kunnen inzicht geven in de commerciële positie van het betreffende bedrijf. De rechter-commissaris acht de gevraagde beperking van de kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd.
6. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van de stukken waarvan beperking van de kennisneming is verzocht uitspraak doen. AVR en de gemeenten hebben deze toestemming al bij voorbaat gegeven, waarmee zij er dus mee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken uitspraak doet op het hoger beroep.

Beslissing

De rechter-commissaris beslist dat de beperking van de kennisneming van de stukken ten aanzien waarvan de ACM om beperkte kennisneming heeft verzocht gerechtvaardigd is.
Aldus genomen door mr. A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Bosman als griffier, op 20 januari 2026.
w.g. A. van Gijzen w.g. M.L. Bosman