ECLI:NL:CBB:2026:167
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking derogatievergunning en boete wegens overschrijding gebruiksnorm dierlijke meststoffen
De vennootschap exploiteert een agrarisch bedrijf met melk- en vleesvee en beschikte in 2020 over een derogatievergunning die het toestond meer stikstof uit dierlijke mest te gebruiken dan de reguliere norm. In 2022 vond een administratieve controle plaats, waarna de minister vaststelde dat de vennootschap de gebruiksnorm had overschreden. De minister trok de derogatievergunning in en legde een boete op.
De rechtbank Gelderland stelde de boete iets lager vast vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar oordeelde dat de minister de mestproductie en stikstofcorrecties correct had berekend. De vennootschap voerde in hoger beroep aan dat de stikstofverliezen bij rosékalveren en melkvee hoger waren dan door de minister berekend en dat de minister onjuiste onnauwkeurigheidsmarges toepaste bij de mestafvoer.
Het College oordeelt dat de minister terecht uitgaat van forfaitaire normen voor stikstofverliezen bij graasdieren en dat de door de vennootschap gebruikte NP-methode niet op haar bedrijfssituatie van toepassing is. Ook is geen strijd met het gelijkheidsbeginsel of het bepaalbaarheidsgebod vastgesteld. De minister heeft het stikstofgehalte van de afgevoerde mest op juiste wijze berekend, en de boete en intrekking van de vergunning zijn terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de derogatievergunning en boete worden bevestigd.