Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [naam], werkzaam als taxichauffeur zonder geldige Taxxxivergunning, een last onder dwangsom op wegens het aanbieden van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt zonder vergunning. Dit volgde op een constatering van toezichthouders op 16 maart 2023, waarbij [naam] met een als taxi herkenbare auto stond op een illegale opstapplaats.
[naam] betwistte de overtreding en voerde aan dat hij een klant had opgehaald voor een vooraf bestelde rit, ondersteund door een screenshot van zijn werkapplicatie en een verklaring van het hotel. Het college van b en w handhaafde het besluit en [naam] stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat het rapport van bevindingen van de toezichthouders betrouwbaar is en dat [naam] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op dat moment een vooraf bestelde rit uitvoerde. De verklaring van het hotel werd als onvoldoende objectief beoordeeld en het verschil in tijdstippen kon niet overtuigend worden verklaard. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de last onder dwangsom van kracht.