Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen
Ouddorp Have B.V., te Ouddorp (de supermarkt)
(gemachtigde: mr. R. Janssen)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Een supermarkt in Ouddorp verzocht het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee om ontheffing van het verbod op zondagopenstelling van winkels volgens de Winkeltijdenwet. Dit verzoek werd afgewezen omdat de Verordening winkeltijden geen grondslag biedt voor een dergelijke ontheffing. De supermarkt stelde dat het verbod een kwantitatieve beperking vormt in de zin van de Dienstenrichtlijn en dat het onderscheid binnen de detailhandel en tussen branches onrechtmatig en willekeurig is.
Het college van b en w voerde aan dat het verbod geen kwantitatieve beperking is, omdat het niet het aantal ondernemers beperkt, en dat het college bovendien niet bevoegd is om ontheffing te verlenen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat het wettelijk verbod niet kwalificeert als een kwantitatieve beperking zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. Ook is er geen sprake van een grensoverschrijdend element dat toetsing aan artikel 16 van Pro de Dienstenrichtlijn vereist.
Het College concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat het college van b en w terecht het verzoek om ontheffing heeft afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid. De supermarkt kon geen voldoende onderbouwing geven dat het verbod een kwantitatieve beperking vormt. Er is geen aanleiding om het verbod te toetsen aan de Dienstenrichtlijn of het evenredigheidsbeginsel. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de supermarkt tegen de afwijzing van de ontheffing voor zondagopenstelling wordt ongegrond verklaard.