ECLI:NL:CBB:2026:19
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag DEI+-subsidie door de minister van Economische Zaken
In deze uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 27 januari 2026, zaaknummer 24/633, is het beroep van een onderneming tegen de afwijzing van haar aanvraag voor DEI+-subsidie ongegrond verklaard. De minister van Economische Zaken had de subsidieaanvraag afgewezen op basis van drie afwijzingsgronden: onvoldoende kwaliteit van het project, geen stimulerend effect en onvoldoende vertrouwen dat de onderneming haar eigen aandeel in het project kan financieren. De onderneming had een aanvraag ingediend voor een project gericht op het vergroten van het draagvlak voor verduurzaming van woningen via een communicatieplatform. De minister concludeerde dat de aanvraag niet voldeed aan de eisen van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, en dat het project niet innovatief genoeg was. Tijdens de zitting op 3 december 2025 heeft de onderneming betoogd dat zij wel degelijk voldeed aan de eisen en dat het project innovatief was, maar het College oordeelde dat de onderneming onvoldoende bewijs had geleverd om haar claims te onderbouwen. Het College bevestigde dat de minister terecht had geconcludeerd dat er onvoldoende vertrouwen bestond dat de onderneming haar eigen aandeel in het project kon financieren. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een volledige en correcte subsidieaanvraag in te dienen en dat positieve uitlatingen van RvO-medewerkers niet als toezeggingen kunnen worden beschouwd. Het beroep is ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.