Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 op het hoger beroep van
[naam 1] , te [woonplaats 1]
[naam 2] RA, te [woonplaats 2]
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Quality Risk Management-score(QRM-score) een percentage in mindering gebracht. Tegen de vaststelling van deze vergoeding heeft [naam 1] (intern) bezwaar en later ook (intern) beroep aangetekend.
general counselvan [bedrijfsnaam 1 onderdeel a] , [naam 1] en [naam 6] (de toenmalige CEO van [bedrijfsnaam 1 onderdeel a] ). Op 7 april 2020 hebben [naam 1] en [naam 6] elkaar opnieuw gesproken, ditmaal zonder [naam 5] . [naam 1] heeft van beide gesprekken in het geheim een opname gemaakt en daarvan transcripties overgelegd.
“a. Betrokkene heeft de melding van klager van 6 april 2021 na zijn aantreden per 1 juli 2021 ten onrechte genegeerd en hij had die melding in behandeling behoren te nemen, omdat hij daartoe op grond van art 27 van Pro de Verordening accountantsorganisaties (VAO) en de Klokkenluidersregeling was gehouden. In plaats daarvan is aan [advocatenkantoor] de instructie gegeven de melding niet in behandeling te nemen.
b. Betrokkene heeft klager naar aanleiding van zijn brief van 11 maart 2022 ten onrechte niet bevestigd dat het onderzoek door [advocatenkantoor] onjuist, onvolledig en misleidend was en zich daarvan niet gedistantieerd.”
Beslissing
mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.