ECLI:NL:CBB:2026:268

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/488
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. Pavićević
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 6:20 AwbBesluit beschikbaarheidbijdrage WMGWmg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College van Beroep herroept verdeelplan 2023 medische vervolgopleidingen

Silver Specialistische Zorg B.V. heeft beroep ingesteld tegen de door de minister vastgestelde verdeelplannen voor medische vervolgopleidingen voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Eerder had het College de verdeelplannen voor 2024 en 2025 al herroepen, waardoor het beroep tegen deze jaren niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang.

Het beroep tegen het verdeelplan 2023 werd gegrond verklaard omdat de gronden voor herroeping van de plannen 2024 en 2025 ook op het plan van 2023 van toepassing zijn. Het College oordeelde dat er geen wettelijke bevoegdheid bestaat om instroomplaatsen aan individuele zorginstellingen toe te kennen, waardoor de toekenningsbeschikkingen onbevoegd zijn vastgesteld.

Daarnaast heeft Silver een verzoek om schadevergoeding ingediend voor de jaren 2023-2025 vanwege het ontbreken van beschikbaarheidbijdragen. De minister moet hier nog op beslissen. Het College veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten aan Silver en droeg de minister op het betaalde griffierecht aan Silver te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen het verdeelplan 2023 wordt gegrond verklaard en het plan wordt herroepen; het beroep tegen de plannen 2024 en 2025 wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/488
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen

Silver Specialistische Zorg B.V. (Silver), te Tilburg

(gemachtigde: mr. K.J. Breedijk)
en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

(gemachtigde: mr. M.A.H. Gatzen)

Samenvatting

In deze uitspraak verklaart het College het beroep deels niet-ontvankelijk en deels gegrond.

Overwegingen

1. Het College heeft het onderzoek gesloten en doet uitspraak zonder zitting, omdat het over voldoende informatie beschikt om over het beroep te oordelen en omdat partijen, gelet op het bepaalde in artikel 8:57, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), geen gebruik hebben gemaakt van hun recht om ter zitting gehoord te worden.
2 Deze procedure is gestart met het beroep van Silver tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar bezwaar tegen het besluit van 9 september 2024, houdende wijziging van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG in verband met beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen (Stb. 2024, 257). Met dat besluit heeft de minister (opnieuw) verdeelplannen vastgesteld voor de jaren 2023, 2024 en 2025 door aan de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG onderdeel D toe te voegen, waarin die verdeelplannen zijn opgenomen.
Op 20 juni 2025 heeft de minister alsnog op het bezwaar van Silver beslist en dat ongegrond verklaard. Gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het door Silver ingestelde beroep mede betrekking op het besluit van 20 juni 2025. Het beroep van Silver richt zich inhoudelijk tegen de door de minister gehandhaafde verdeelplannen.
3 Met haar uitspraak van 14 oktober 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:550) in een procedure die was gericht tegen de verdeelplannen voor de jaren 2024 en 2025, heeft het College de in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG opgenomen toekenningsbeschikkingen (verdeelplannen) herroepen.
4 Silver heeft de minister vervolgens verzocht om haar een schadevergoeding toe te kennen voor de opleidingsplaatsen die zij in de jaren 2023, 2024 en 2025 heeft verzorgd, zonder dat haar voor die jaren beschikbaarheidbijdragen waren toegekend. Op dat verzoek moet de minister nog beslissen.
5 In de onderhavige procedure bij het College heeft Silver verzocht om het beroep voor wat betreft de verdeelplannen 2024 en 2025 niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de verdeelplannen 2024 en 2025 bij de eerdergenoemde uitspraak van 14 oktober 2025 al door het College zijn herroepen. Zij heeft verzocht het beroep voor wat betreft het verdeelplan 2023 gegrond te verklaren en het verdeelplan 2023 te herroepen, een en ander naar analogie met eerdere uitspraken van het College van 28 januari 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:35 en ECLI:NL:CBB:2025:36).
6 De minister heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen niet-ontvankelijkverklaring van het beroep voor wat betreft de al door het College herroepen verdeelplannen 2024 en 2025.
Wat het verdeelplan 2023 betreft, is de minister van mening dat niet wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat dat niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Silver heeft volgens de minister geen procesbelang, omdat de toekenningsbeschikkingen voor het jaar 2023 inmiddels in rechte vaststaan en de verdeling van de instroomplaatsen voor dat jaar niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Wat het verzoek om schadevergoeding betreft, stelt de minister dat uit de hiervoor genoemde uitspraak van het College van 14 oktober 2025 al volgt dat de toekenningsbeschikkingen die zijn opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (welke samen de verdeelplannen vormen), onbevoegd zijn vastgesteld. Een uitspraak van het College waarin dat nogmaals wordt bevestigd voor het jaar 2023 doet daaraan niet af noch draagt daaraan bij, aldus de minister.
Conclusie wat betreft het niet tijdig nemen van een besluit
7 De beroepsprocedure is gestart met het beroep van Silver tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaar tegen het besluit van 9 september 2024. Met het besluit van 20 juni 2025 heeft de minister alsnog op het bezwaar beslist en een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen toegekend van € 253,-. Silver heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister. Het College zal het beroep in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie verdeelplannen 2024 en 2025
8 Voor wat betreft de verdeelplannen 2024 en 2025 is het College van oordeel dat het procesbelang van Silver bij de beoordeling hiervan is komen te vervallen, omdat die verdeelplannen bij de uitspraak van het College van 14 oktober 2025 al herroepen zijn. Het beroep is dus niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen de in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG opgenomen toekenningsbeschikkingen 2024 en 2025.
Conclusie verdeelplan 2023
9 Voor wat betreft het verdeelplan 2023 is het College van oordeel dat Silver procesbelang heeft bij een uitspraak van het College, omdat met de eerdere uitspraak van 14 oktober 2025 alleen de verdeelplannen 2024 en 2025 zijn herroepen, terwijl de redenen voor het herroepen van die verdeelplannen evenzeer gelden voor het verdeelplan 2023. Uit die uitspraak volgt immers dat alle toekenningsbeschikkingen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG onbevoegd zijn vastgesteld, nu er noch in de Wmg, noch in het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG een bevoegdheid is neergelegd voor een bestuursorgaan om instroomplaatsen aan individuele zorginstellingen toe te kennen.
Daarbij komt dat Silver een verzoek om schadevergoeding bij de minister heeft ingediend omdat zij -volgens haar ten onrechte- niet was opgenomen in het destijds vastgestelde verdeelplan 2023 waardoor er vervolgens ook geen beschikbaarheidbijdrage voor dat jaar aan haar werd toegekend. Gelet op de uitspraak van 14 oktober 2025 is het beroep tegen het verdeelplan 2023 daarom al gegrond en herroept het College de in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG opgenomen toekenningsbeschikkingen 2023.
Proceskosten
10 Het College zal de minister veroordelen in de door Silver gemaakte proceskosten. De in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt met een wegingsfactor 0,5 voor het indienen van het beroepschrift tegen niet tijdig beslissen, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het besluit van 20 juni 2025 en 0,5 punt voor een schriftelijke uiteenzetting, beide met een wegingsfactor 1 en alle met een waarde per punt van € 934,-). De in bezwaar gemaakte kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt het College vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van een hoorzitting, met een waarde per punt van € 666,- en wegingsfactor 1).
Het College draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 385,- aan Silver te vergoeden.

Beslissing

Het College:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen de verdeelplannen 2024 en 2025
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het verdeelplan 2023 gegrond;
  • vernietigt het besluit van 20 juni 2025 voor zover daarbij het bezwaar tegen het besluit van 9 september 2024 ongegrond is verklaard;
  • herroept de toekenningsbeschikkingen voor het jaar 2023 in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 385 aan Silver te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van Silver tot een bedrag van € 1.868,- en in de door Silver in bezwaar gemaakte kosten tot een bedrag van € 1.332,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. J.M.M. Bancken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
w.g. T. Pavićević w.g. J.M.M. Bancken